het zaaien van tweejarigen

In het kort:

Zomer (half mei-half augustus):


Zaaien en uitdunnen. Denk vooral aan het vochtig houden van je zaaisel. Het best is te zaaien op een zaaibed of direct ter plekke in de tuin. Dat hoeft niet de definitieve plek te zijn; verplaatsen kun je in het najaar of in het voorjaar altijd nog doen.


Najaar (september-november):

Eventueel verplanten en afdekken. De rozetten van de boven de grond blijvende tweejarigen tegen de eerste vorst beschermen. Voorbeelden zijn het vingerhoedskruid, de toorts, muurbloem, mariŽtteklokje, ...


Voorjaar (maart-mei):


Eventueel verplanten en bij voorkeur rondom een mulchlaag aanbrengen. Ik breng - vanwege onze schrale zandgrond - elk voorjaar of winter (net wanneer ik er gelegenheid toe heb) een flinke laag champost aan. De planten nemen dat in dank af.

Wat zijn tweejarigen?

Tweejarigen zijn kruidachtige gewassen die er twee jaar over doen om tot volledige ontwikkeling te komen.


Er zijn (late) voorjaarsbloeiende (VT) en zomer bloeiende tweejarigen (ZT)


VT zijn bijvoorbeeld vergeet mij nietjes, muurbloemen en madeliefje;

ZT zijn (bijvoorbeeld) stokrozen, mariŽtteklokje, duizendschoon, vingerhoedskruid, teunisbloem en toorts.


Wat het zaaien betreft is het vaak moeilijk onderscheid te maken tussen tweejarigen en vaste planten. Het opkweken van tweejarigen komt namelijk in veel gevallen overeen met dat van veel vaste planten.

Kort samengevat komt het hier op neer:

In de zomerperiode (vanaf half mei) wordt er gezaaid. Dat kan direct ter plekke of in een potje. Na het ontkiemen van de zaden wordt de basis gelegd (veelal een rozet) waaruit het jaar erop een bloeiwijze zal groeien. In het najaar wordt de plant in de tuin of op een kweekbed uitgeplant en in streken met strenge vorst is het verstandig de planten wat af te dekken met rijshout, dennegroen o.i.d.


De plant (als dat nog niet is gebeurd) in het voorjaar op de definitieve plek neerzetten en daar zal hij vervolgens gaan bloeien en zaad vormen. Zaad dat kwistig wordt uitgezaaid en waar vervolgens weer nieuwe jonge kiemplantjes uit zullen komen. Daarmee is de cyclus voltooid en op die manier ben je elk jaar weer verzekerd van nieuwe planten. In veel gevallen zal de - tweejarige - plant vervolgens afsterven.


Maar...


Bij heel veel typische tweejarigen (stokroos, muurbloem, duizendschoon, vingerhoedskruid) blijft de moederplant - zeker bij niet al te strenge winters of late vorst in het voorjaar; bij niet al te vochtige grond - gewoon intact. Ook helpt het om tijdig de bloeiwijze weg te halen en het niet tot zaadontwikkeling te laten komen. Soms volgt daarop zelfs nog een bescheiden herbloei. Je zult zien dat er nieuw groen aangemaakt gaat worden en dus op die manier min of meer een vaste plant is geworden.


Het opkweken tweejarige/vaste plant kun je dus heel goed met elkaar vergelijken. Ook bij veel vaste planten wordt er in het ene jaar gezaaid, vervolgens wordt de basis gevormd waaruit het jaar erop de bloeiwijze zal volgen. Voordeel bij de vaste planten is dat dit jaar op jaar gebeurt.

Het is belangrijk daar goed rekening mee te houden als je besluit vaste planten te gaan zaaien. Het is een geduld kwestie en het kan voorkomen dat je pas in het derde jaar een volwaardige plant hebt. Niet altijd; er zijn er ook die al in het eerste jaar bloeien, maar toch... het kan voorkomen.


2017 © Gea's Zaaisite