2017 © Gea's Zaaisite

mei

Zaaien:

  • Om te zien wat er zoal te zaaien is: zie de zaaikalender voor de maand mei.
    Ook deze maand een uitsplitsing van zaden die in de volle grond (ter plekke) gezaaid kunnen worden. Kijk ook eens naar de zaaikalender voor eenjarigen. Veel daarvan kunnen in deze maand worden gezaaid.
  • Hou vorstgevoelige planten onder glas en zet ze pas in de tuin uit rond ijsheiligen
    (rond tweede week mei) en voor de noordelijke provincies zelfs 14 dagen later.
  • Winterharde eenjarigen (HHA):
    Zodra de grond goed opgewarmd is (10 graden, ook 's nachts) kun je Winterharde eenjarigen (HHA) zoals bijvoorbeeld. eenjarige riddersporen, cosmea, juffertje in 't groen, anoda, etc., gaan zaaien. Bewerk de grond goed voor en maak patronen voor mooie kleuren combinaties.
    Plant opgekweekte Winterharde eenjarigen uit. Hard ze wel eerst af als ze beschermd zijn opgekweekt.
  • Lathyrus:
    Plant binnen gezaaide lathyrus uit. Denk er daarbij aan de wortel zo weinig mogelijk te beschadigen. Werk de grond goed door en breng een mulchlaag aan. Zijscheuten, ranken en de eerste knoppen verwijderen. Pas wel op dat je de stengel intact houdt.
    Ook kan deze maand de lathyrus direct ter plekke gezaaid worden. Doe dit bij voorkeur direct bij de steun. Ik gebruik meestal drie tonkinstokken die ik als een wigwam bijeen bind. Bij elke 'poot' plant ik 1-1,5 cm diep (een vingertopje) 3 voorgeweekte zaden. De grond eerst goed losmaken.
  • Halfwinterharde perkplanten:
    Perkplanten zoals afrikaantjes, zaaibegonia, balsemien kunnen nu goed gezaaid worden. Ze ontkiemen en groeien snel.
  • Grassen en rietsoorten:
    zaai de eenjarige soorten zoals bijvoorbeeld hazenstaartje (Lagurus ovatus)
  • Kruiden:
    Ga door met het zaaien van kruiden zoals kervel, venkel, hyssop, bieslook, dille, venkel, marjolein, koriander en peterselie zaaien.
  • Halfwinterharde en Winterharde eenjarigen:
    Hard binnen gezaaide eenjarigen af.

Zaden:

  • Je kunt je nu alweer een beetje gaan richten op je keuze aan vaste planten zaden en tweejarigen. Veel van die zaden kun je in mei-juni gaan zaaien. Zie hiervoor mijn zadenlijst tweejarigen en vaste planten.

Vermeerderen vegatief: stekken/delen:

  • Eenjarigen:
    Van veel binnen overgehouden perk en potgoed (zaaibegonia; verbena; balsemien; salvia en osteospermum) kunnen nu stekken genomen worden.
  • Klimplanten:
    Nu de clematis uit gaat lopen kunnen ook daar stekjes genomen worden waaruit nieuwe planten kunnen gaan groeien.
  • vaste planten:
    Herfstbloeiende vaste planten (ver)planten en delen.
    Vermeerder planten met grondscheuten als die 8-10 cm. zijn. (Achillea, Anthemis, Delphinium, Gypsophila, Lupine, ...).
    Geschikt om te vermeerderen als stek met wortel zijn bijvoorbeeld: aster, campanula, lupine, chrysanthemum, sedum.
  • Groenten en kruiden:
    scheur bieslook
  • Bomen en struiken:
    Hydrangea, Forsythia en Jasmijn lenen zich er goed voor om de takken af te leggen.
  • Bollen en Knollen:
    Dahlia's vermeerderen door stekken wanneer de scheut 8-10 cm. is. Stekpoeder gebruiken en onder een plastic zak en een bij een temperatuur van 10-13C wortel laten zetten.
    Ook kun je elke knol met een neus (groeipuntje) uitzetten in de tuin. Daar krijg je weer een volwaardige plant van.
  • Kruiden:
    Marjolein, Rozemarijn, Salie, en Tijm zijn te stekken door 7,5 - 10 cm., lange stekken te nemen van de uitlopers van het voorgaande jaar. Verwijder de onderste bladeren van de stengel en maak met een scherp mens een snede dwars door de stengel tot onder een knoop. Zet de stekken langs de rand van een met zanderige grond gevulde pot.

Kweekkas of koude bak:

  • Zorg voor voldoende ventilatie op zonnige dagen. De temperatuur kan enorm oplopen.
  • Schaduw:
    Zorg voor schaduw op zonnige dagen. Leg desnoods als de zon brandend in je kas staat een paar kranten op de planten.
  • Sproeien:
    Hou als regel aan om 's morgens vr 10 uur 's en avonds na 19:00 uur 's. Veel schade aan planten komt door zonnebrand aan de bladeren. Dit wordt versterkt door vocht op de bladeren.
  • Zieken en plagen:
    Pas op voor de taxuskever.
    Info:
    Pas op voor aardvlooien. Te herkennen als je tegen potje of bakje tikt; ze springen dan op. Kleefband aanbrengen.
    Pas op voor witte vlieg. Lijmstroken aanbrengen en zorgen voor voldoende ventilatie.
    Info: http://www.bayergarden.nl/
  • Zodra het weer het toelaat, jonge zaailingen op een koele plek (eventueel buiten) verder opkweken.
  • Verpot jonge opgekweekte planten pas als de worteltjes tot aan de potrand komen.
  • Hard binnen of beschermd opgekweekte planten altijd goed en rustig af door ze langzaam aan de buitentemperatuur en de buitenomstandigheden te laten wennen.
  • Stek vorstgevoelige vaste planten zoals pelargonium en fuchsia en kweek ze beschermd op. Er kan nog tot midden mei nachtvorst optreden, dus niet te overmoedig zijn met kwetsbare planten buiten te zetten.

Snoeien:

  • Fruitbomen en -struiken:
    De snoei voor fruitbomen is in de rustperiode: november - februari.
  • Bomen en struiken:
    Na de bloei bladverliezende heesters snoeien die op het eenjarige hout bloeien en die een houtig gestel vormen. Voorbeelden zijn Forsythia, Deutzia, Ribes, Philidelphus (jasmijn), Kerria, Cytisus (Brem), Spirea japonica (spierstruik).
    Voor zover dat nog niet in april is gebeurd de buddleya's (vlinderstruiken) snoeien.
  • Buxus.
    Snoeien vr de langste dag (21 juni). Eind mei is heel geschikt.

Bemesten:

  • Buxussen:
    Voor zover dat in maart of april nog niet is gebeurd bemesten met een gift koemest- of kippenmestkorrels, bloed- en/of beendermeel. Rondom een mulchlaag aanbrengen van champion- of uitgewerkte paardenstalmest. Bij buxus in de pot dit elke twee maanden herhalen. Eventueel bij zure grond een extra kalkgift.
  • Borders:
    Bewerken met compost en tussen de planten een dikke laag mulch aanbrengen.
  • Fruit:
    Alle fruitsoorten bemesten met kalkrijke meststof (kalium); daarna goed water geven.
  • Groenten:
    Uitgewerkte stalmest tussen de planten.
  • Potten en bakken:
    Langzaamwerkende mestkorrels strooien.
  • Rozen:
    maandelijks bijmesten tot half juli.
  • Gazon:
    Grasmat maandelijks bijmesten (wanneer regen wordt verwacht)

Bloemen border (eenjarigen):

  • De meeste eenjarigen kunnen nu gezaaid worden. Zie de zaaitabel en voor het geval je door je zaadjes heen bent mijn zadenlijst eenjarigen.

Vaste planten borders:

  • Schoffelen met zonnig weer; wieden met bewolkt en regenachtig weer.
  • Steun de riddersporen zodra die gaan bloeien.
  • Planten van de familie van de compositae (met een bloeiwijze zoals die van de grote rudbeckia's, zonnekruid, herfstasters, phlox, guldenroede, etc. kunnen in hun groei getemperd worden Door als de plant ongeveer 1/4 van zijn te verwachten hoogte heeft bereikt er de hoofdscheuten af te knippen. Vele planten vertakken daarop en worden steviger en bloeien rijker. Het scheelt ongeveer 1/4 in hoogte.
  • Sterk uitgroeiende planten dunnen door in het centrum scheuten weg te nemen. De overblijvende stengels worden krachtiger en bloeien rijker.
  • Verjong overjarige planten door de buitenste delen opnieuw uit te planten.
  • Koester de opgekweekte plantjes die je in de tuin uit zet Door ze in een zgn. badje te zetten. Vorm om de plant een richel en giet het 'badje' dat op die manier ontstaat vol met water. Ook goed als herkenningspunt voor de toch nog vaak kleine plantjes die je maar o zo gemakkelijk over het hoofd ziet.
  • Indien nodig rijshout of andere plantensteunen rondom vaste plantengroepen plaatsen.
  • Bemesten met verteerde stalmest of tussen de planten een mulchlaag aanbrengen.
  • Vermeerder planten met grondscheuten als die 8-10 cm. zijn. (Achillea, Anthemis, Delphinium, Gypsophila, Lupine, ...)
  • Geschikt om te vermeerderen als stek met wortel zijn: aster, campanula, lupine, chrysanthemum, sedum.
  • Nieuwe planten planten en het plantgat vullen met half potgrond en half bestaande (tuin)grond. Mulchlaag rond de plant aanbrengen.
  • Breng plantensteunen aan bij planten met slappe stengels of planten die geen steun van buurplanten heeft.
  • Ziekten en plagen:
    Pas op voor slakkenvraat bij hosta, delphinium, Ligularia, salvia, en zo kun je er vast ook zelf nog wel een paar verzinnen.
    Luis en valse meeldauw bij rozen. Vaak staan deze te droog of staan ze te dicht opeen.
    Woelmuizen. Te herkennen aan ronde holen met een doorsnede van ongeveer 5 cm.

Eenjarigen en perkgoed:

  • Mei is d maand voor het zaaien van eenjarigen. Zie mijn zaaikalender eenjarigen en voor het geval je door je zaadjes heen bent mijn zadenlijst.

Rotsplanten:

  • Rozetvormende planten zoals sedum en saxifraga rondom een rand van goede potgrond geven.
  • Maak een mengsel van fijne grond, zand, turfmolm en kunstmest en werk dat tussen de groene rozetten van sedum en steenbreek.

Bomen en struiken:

  • Laatste moment om wintergroene heesters, coniferen en/of hagen te (ver)planten. Kies daar een regenachtige dag voor en zorg dat het plantgat voldoende vochtig is. Daarna goed water geven. Niet (ver)planten bij vorstvrij weer. Bij verplanten zorgen dat de wortelkluit voldoende groot is en zo weinig mogelijk wordt verstoord.
  • Breng op een regenachtige dag waarbij de grond voldoende nat is een mulchlaag aan van goed verteerde stalmest; champost of paardenstalmest.
  • Buxussen bemesten met een gift koemestkorrels en compost. Bij buxus in de pot dit elke twee maanden herhalen. Eventueel bij zure grond een extra kalkgift.
  • Heesters snoeien die op het eenjarige hout bloeien.
  • Halfheesters voorzichtig terugknippen tot boven het oude hout; snoeisel als stek gebruiken.
  • Winterheide bemesten met stikstofrijke meststof.

Rozen:

  • Plagen en gedierte:
    Controleer op bladluis. Eventueel spuiten met een mengsel van zeep/spiritus/water. Niet in de zon spuiten.
    Controleer op gekrulde bladeren. Dit is door de bladroller rups of de grijsgroene larve van de zaadwesp. Blad wegknijpen en vernietigen.
  • Rozen maandelijks bijmesten tot half juli.

Terras:

  • Materiaal aanschaffen voor hanging baskets.
  • Controleren waar mieren het terras ondergraven hebben. Maatregelen nemen voor de komende zomer (tijdig lokdoosjes plaatsen).
  • Kunststofflessen verzamelen om bijen en vliegen lokkers van te maken.
  • Sfeermateriaal vernieuwen.
  • Sfeersetjes zoals een metalen tafeltje en stoeltjes opnieuw een laagje verf geven.
  • Hardhouten tuinbanken en tuinsets onder handen nemen en van een nieuwe laag olie voorzien.

Kuipplanten:

  • Bij buxus in de pot controleren of de pot niet te sterk Doorworteld is en eventueel van een nieuwe pot en potaarde voorzien. Elke twee maanden een gift koemestkorrels.
  • Potplanten geregeld bijmesten tijdens groeiseizoen of langzaam werkende mestkorrels gebruiken.
  • Overgehouden kuipplanten zoals oleander, brugmansia, lantana, solana, etc., eventueel terugsnoeien.
    Info: http://www.kuipplanten.com/

Gazon:

  • Grasmat bemesten met kalkammonsalpeter of zwavelzure ammoniak (1 kg. per 100 m2), vermengd met zand uitstrooien en water geven.
  • Maaien op maximale stand 3-4 cm.

Bollen en knollen:

  • Dahlia's:
    In de tweede week van mei en in koudere delen van Nederland twee weken later kunnen de uitgelopen dahlia's in de tuin uitgeplant worden. Doe dat 70-90 cm uit elkaar, al naar gelang de hoogte van de plant. Verbeter het plantgat door er 2-3 handen natte turfmolm door te verwerken; bij droog weer begieten. Pas op met nachtvorst. Bij twijfel op de planten vliesdoek of kranten leggen die je de volgende ochtend weer weghaalt.
  • Lilium - Lelie:
    Plant leliebollen. Lelies kun je in de grond laten zitten; met een beetje geluk worden de groepen steeds groter.
    Ziekten en plagen:
    Pas op voor het leliehaantje. Dit is een roodoranje kevertje dat de bladeren, knoppen en later de hele lelie aantast door er eieren op te leggen (onderaan de bladeren een rode streep van eitjes) waaruit zich larven ontwikkelen. Onze mooie lelies vormen hun voedsel en mooier worden ze er zeer zeker niet op. Heb je maar weinig lelies staan dan kun je volstaan met ze tijdig (al in april) weg te vangen en te controleren op ritsen rode eitjes aan de onderzijde van de bladeren en knoppen. Alternatief is Pyrethrum Spray van Bayer. Wij hebben daar goede ervaring mee.
  • Allium - Sierui:
    Alliums zullen nu volop in bloei staan. Ze kunnen na de bloei zonder problemen in de tuin blijven staan. De bloemschermen zijn mooi te verwerken in een boeket en in een later stadium de zaadschermen idem dito. Allium zaait zich goed uit.
  • Frittilaria imperialis - Keizerskroon / Stinklelie:
    Kunnen na de bloei gewoon op de plek blijven staan. Haal de bloemkroon weg om zaadvorming tegen te gaan. Tenzij je het zaad in een later stadium wilt oogsten. Dan laat je het er aan zitten.
  • Narcissen en tulpen:
    Loof van uitgebloeide bollen rustig laten afsterven. Uitgebloeide knoppen afknijpen om zaadvorming tegen te gaan.
  • Canna's:
    Zodra het loof 10 cm aan de plant staat en de temperatuur buiten voldoende warm is, kunnen ze beschermd in de tuin uitgezet worden. Planten in rijke potgrond. Bij dreiging van nachtvorst de plant bedekken met vliesdoek of met krantenpapier dat je de ochtend erop weer verwijderd.
  • Oxalis - Sierklaver:
    Planten en voldoende voeding geven.
  • Als de uitgebloeide narcissen, tulpen en hyacinten je een Doorn in het oog zijn, maar je ze toch wel graag een volgend jaar wilt gebruiken, knijp dan tijdig de bloemknop af en spit een geul ergens op de tuin achteraf waarin je de uitgebloeide bloembollen af laat sterven. Duidelijke markering aanbrengen en ze rooien als het blad droog en verdort is. Opslaan in een netje en in een goed geventileerde ruimte ophangen. In het najaar weer uitplanten.

Moestuin:

  • Poot vroege aardappelen; pas op met vorst (afdekken met vliesdoek)
  • Poot jonge groenteplanten; pas op met vorst (afdekken met bijvoorbeeld vliesdoek).
  • Onkruid schoffelen.
  • Wintergroenten oogsten.
  • Zaaibed klaarmaken voor wintergroenten zoals spruiten, winterbloemkool en boerenkool.
  • Geulen spitten voor pronkbonen.
  • Stalmest tussen de planten als bemesting.

Fruittuin:

  • Kweek eventueel aardbeien binnen op of dek ze af om vroege bloei te stimuleren.
  • Bij vorst kleine bomen van de perzik; nectarine, kers, druif en kiwi beschermen door er vliesdoek o.i.d. overheen te gooien.
  • Vruchtbomen controleren op vocht. Het voorjaar kan erg droog zijn.
  • Indien nodig takken van jonge fruitbomen voorzichtig uitbuigen.
  • Soms kan het bij vroege bloei nodig zijn om de perzik, nectarine en kers handmatig te bestuiven. Er zijn dan nog niet zoveel hommels, vlinders en bijen die ze bezoeken.
  • Bemesten:
    Alle fruitsoorten met kalkrijke meststof (kalium) bemesten; daarna goed water geven.

Vijver:

  • Mei is een goede maand om alle soorten waterplanten te planten.
  • Scheur waterlelies en plant ze opnieuw uit.
  • Zonodig zuurstofplanten in vijver aanvullen.
  • Mandjes van de onderwaterplanten zoals lelies, watergentiaan en fonteinkruid controleren of er nog voldoende vijveraarde of substraat in zit. Anders aanvullen.
  • Vissen matig voeren: teveel ongegeten voedsel = algengroei.